De Tweede Kamer heeft de pseudo-eindheffing definitief gemaakt. Daarmee dient elke nieuw in te zetten zakelijke auto vanaf 1 januari volledig elektrisch te zijn. Is dit niet het geval dan ontvangt de werkgever een forse eindheffing. Dit bedrag mag de werkgever niet aan de werknemer doorbelasten. Qua uitvoering van de regeling heeft de regering een aantal aanpassingen gedaan, waardoor het voor werkgevers bijvoorbeeld mogelijk wordt tijdelijk vervoer bij schade buiten de pseudo-eindheffing te houden. De regeling heeft als doel de elektrificatie van het Nederlandse autopark te versnellen, luchtkwaliteit te verbeteren en voor de toekomst een brede beschikbaarheid van tweedehands auto's te realiseren. We vatten de pseudo-eindheffing voor je samen en geven de achtergronden bij het tot stand komen van de definitieve regeling.
Doelstellingen
Het belangrijkste doel van de pseudo-eindheffing is het versneld elektrificeren van het Nederlandse wagenpark. Zo'n 60% van de Nederlandse nieuwverkopen is een zakelijke auto. Deze auto's zijn nu al voor een deel elektrisch, maar de pseudo-eindheffing zorgt voor een verdere vergroting van het aandeel elektrische zakenauto's. In het eerste half jaar van 2026 was 36% van de auto's een EV, volgend jaar zal dit aandeel door de pseudo-eindheffing stijgen tot boven de 60%, wellicht zelfs meer omdat de regeling ook effect zal hebben op de particuliere verkoop en de acceptatie van elektrisch rijden in het algemeen. Mobiliteit is in Nederland nog altijd een grote vervuiler van luchtkwaliteit, de maatregel moet helpen de uitstoot van het verkeer verder te beperken en de lucht schoner te maken.
De regeringsdoelstellingen achter de pseudo-eindheffing zijn samengevat:
- Het Nederlandse wagenpark versneld elektrificeren.
- Schonere luchtkwaliteit en mobiliteit daar meer aan laten bijdragen.
- Het behalen van Europese klimaatdoelstelling.
- Het op termijn verruimen van het aanbod tweedehands EV's.
- Bredere acceptatie van volledig elektrisch rijden, die ook invloed heeft op de keuze van de particulier.
De pseudo-eindheffing geldt niet alleen voor alle zakelijk ter beschikking gestelde voertuigen, maar ook voor personenbusjes, campers, voertuigen die voor medische zorg worden ingezet en alle andere auto's die in de breedte binnen de categorie bijzondere voertuigen vallen. De regeling is daarmee dichtgetimmerd voor ondernemers die de heffing op creatieve wijze willen ontlopen.
Uitvoerbaarheid
Om lease-, rent-, schade-, autorijles- en andere bedrijven tegemoet te komen en tijd te geven om hun bedrijfsvoering op de pseudo-eindheffing aan te passen, is op aandringen van de Tweede Kamer een aantal aanpassingen in de regelgeving rond de pseudo-eindheffing gedaan.
Wat zijn de aanpassingen qua uitvoerbaarheid?
- Er is een overgangsperiode tot 1 januari 2031
- Bij schade of onderhoud mag de werkgever tijdelijk tot 14 aaneengesloten kalenderdagen een vervangende brandstofauto ter beschikking stellen.
- Indien de auto vaker uit roulatie is, mag deze tijdelijke inzet van maximaal 14 dagen herhaald worden.
- Een tijdelijke huurauto mag 1x per jaar maximaal zeven aaneengesloten dagen een niet-EV zijn.
- Rijscholen vallen buiten de pseudo-eindheffing, omdat rijschoolhouders voor het kunnen opleiden voor het volledige rijbewijs B nog gebruik maken van handgeschakelde auto's.
Overgangsperiode
Er is sprake van een overgangsperiode tot 1 januari 2031. Dat recht van overgang is gekoppeld aan de werkgever. Dat betekent dat de werknemer bij tussentijds opstappen, de fossiele leaseauto niet kan meenemen naar de volgende werkgever, zonder dat deze de pseudo-eindheffing moet betalen. Hiermee probeert het kabinet te stimuleren dat de leaserijder bij de eerste de beste mogelijkheid om een nieuwe auto te kiezen overstapt op een 100% elektrische auto. Wel kan de werkgever na vertrek van de werknemer de specifieke fossiele auto tot het einde van de overgangsperiode blijven inzetten voor zijn eigen bedrijf. Een speciale regeling is ook van kracht als het bedrijf dat de zakenauto inzet tussentijds wordt overgenomen, het overgangsrecht blijft dan van kracht omdat de overnamepartij het aan de auto gekoppelde bedrijf overneemt. In alle andere gevallen waarin de werkgever de pseudo-eindheffing niet wil betalen, moet de werknemer bij wisselen van auto overstappen op een 100% elektrische auto.
Regeling bij schade of onderhoud
Bij schade of pech wanneer de elektrische auto tijdelijk niet beschikbaar is mag de werkgever de werknemer voor een periode van maximaal 14 aaneengesloten kalenderdagen een vervangende brandstofauto aanbieden. Deze uitzondering is gemaakt omdat verhuurmaatschappijen of de rental-vloot van lease- en autobedrijven niet voor start regeling volledig geëlektrificeerd kunnen zijn. Dit heeft niet alleen te maken met looptijden en afschrijving van de bestaande vloot vervangauto's, maar ook met netcongestie en extra aansluitingen die voor verhuurbedrijven nodig zijn om het park vervangauto's te elektrificeren. Het proces van vervanging en het aanleggen van de infrastructuur heeft simpelweg meer tijd nodig. Werkgevers kunnen bij schade, onderhoud of pech meerdere keren per jaar een brandstofauto ter beschikking stellen als de elektrische auto van de werknemer vanwege genoemde redenen buiten gebruik gesteld is.
Huurauto's
Ook voor huurauto's is een uitzondering gemaakt. Werkgevers morgen tot 1 januari 20231 een keer per kalender jaar voor maximaal zeven aaneengesloten dagen een brandstofhuurauto zonder betaling van de pseudo-eindheffing aan de werknemer ter beschikking stellen. Zo kan er in urgente gevallen voorzien worden in tijdelijk vervoer, bijvoorbeeld om extra projecten te draaien of om een elektrische auto voor een nieuwe medewerker aan te schaffen.
Rijscholen vrijgesteld
Rijscholen worden vrijgesteld van de pseudo-eindheffing omdat het volwaardige rijbewijs in Nederland nog altijd gekoppeld is aan een auto met handschakeling. Elektrische auto's zijn altijd een automaat en rijschoolhouders kunnen niet altijd met twee soorten auto's lessen aanbieden. Vanuit de Vereniging Elektrische Rijders (VER) wordt al langer gekeken naar de situatie rond lesauto's. Nu de elektrificatie en daarmee het aandeel automatische transmissies versnelt, vergt de regelgeving rond autorijles en rijbewijzen aandacht. Naarmate het aandeel elektrische auto's in Nederland verder stijgt, wordt de handgeschakelde versnellingsbak immers steeds verder uitgefaseerd, terwijl wetgeving rond het behalen van het rijbewijs daarop nog niet is aangepast.
Wat ga jij ervan merken?
Als je per 1 januari een zakelijke auto mag rijden of een leaseauto mag uitzoeken, dan wordt deze in vrijwel alle gevallen een volledig elektrische auto. De werkgever krijgt dan geen extra kosten van de pseudo-eindheffing aan zijn broek. Mocht je toch een benzine of hybride auto wensen, dan zal de werkgever deze aanvraag vanwege de substantiële kosten van de pseudo-eindheffing waarschijnlijk niet goedkeuren. Naar verwachting gaan maar weinig werkgevers de heffing betalen, ook omdat de brandstofkosten van een niet-EV ook nog eens hoger zijn dan het geld dat je betaalt bij het opladen van je EV. Nu het aanbod EV's in de markt groot is, blijft er voor zakelijke rijders een enorme keuze aan elektrische auto's. Ook daarom merk jij er als zakelijke rijder weinig van. Compacte auto's, middenklasse SUV's, grote zakenauto's uit het D-segment en zelfs exclusieve SUV's en limousines, inmiddels is in elk segment volop keus uit EV's. De keuze blijft dus reuze, vanaf 1 januari wel zonder uitstoot tijdens het rijden. En dat is winst.
Tekst: Jos van den Bergh
Beeld: Vereniging Elektrische Rijders