Batterijen goedkoper dan olie, maar Europa twijfelt over elektrisch rijden

Gepubliceerd op: 28 oktober 2026

Terwijl de batterijprijzen dalen en olie historisch duur is, staat de Europese Unie voor een politieke keuze over de toekomst van de auto-industrie. Onder druk van Duitsland overweegt Brussel de klimaatregels voor nieuwe auto’s vanaf 2035 te versoepelen. Voor de Europese auto-industrie betekent dat langer mogen produceren van auto's met een verbrandingsmotor, dat terwijl Chinese en Koreaanse fabrikanten nu al verder zijn met de ontwikkeling van de EV-techniek. Volgens milieuorganisatie Transport & Environment (T&E) dreigt Europa daarmee langer afhankelijk te blijven van fossiele brandstoffen en de technologische wedstrijd met China te verliezen. Die afhankelijkheid heeft ook als consequentie dat de inflatie hoog blijft.

 

Batterij goedkoper dan olie

Transport & Environment, Europa's belangrijkste belangenbehartiger voor schone energie en duurzaam transport, komt deze week met cijfers en onderbouwing. De cijfers waaraan T&E refereert laten een opvallend contrast zien. In 2022 kostte een lithium-ionbatterij gemiddeld 170 dollar per kilowattuur (kWh). Inmiddels is dat wereldwijd gedaald tot ongeveer 105 dollar. De olieprijs steeg ondertussen in het voorjaar van 2026 herhaaldelijk boven de 105 dollar per vat en blijft naar verwachting voorlopig hoog. Daarmee kost een kWh aan batterijcapaciteit inmiddels minder dan een vat olie. Geopolitieke spanningen houden de prijs van olie daarbij de komende tijd hoog, terwijl de productie van batterijen steeds meer schaalbaar en daarmee goedkoper wordt. Ook ontwikkelt de techniek van batterijen zich snel, hetgeen extra prijsdalingen tot gevolg heeft. De lagere kostprijs van accu's ten opzichte van het bedrag dat voor een vat olie betaald dient te worden, is opnieuw een steun in de rug voor de elektrische auto.

 

 

Elektrificatie beteugelt ook inflatie

Lucien Mathieu, analist bij Transport & Environment, ziet in de veranderende verhoudingen tussen de prijs van een vat olie en de prijs van 1 kWh batterijcapaciteit daarom een duidelijke aanwijzing dat de economische omstandigheden voor elektrisch rijden wezenlijk zijn veranderd. Batterijen worden telkens goedkoper door technologische ontwikkeling en schaalvergroting. Olie blijft daarentegen voortdurend gevoelig voor geopolitieke conflicten en verstoringen in de aanvoer. In Nederland is de hoge prijs een van de belangrijkste oorzaken van de nog altijd hoge inflatie. Versneld introduceren van transport op basis van groene stroom biedt zo extra mogelijkheden om de inflatie verder te beteugelen. Voor Europese consumenten kan de overstap naar een EV juist nu interessant zijn.

 

Brandstofprijzen raken automobilisten financieel

De afhankelijkheid van olie heeft volgens Transport & Environment zo directe financiële gevolgen voor zowel Europese consumenten als overheden. De organisatie schat dat hoge brandstofprijzen Europese automobilisten dit jaar gezamenlijk €55 miljard extra kosten, dat betekent gemiddeld circa €220 per auto die nog op benzine of diesel rijdt. Bestuurders van elektrische auto’s betalen volgens de analyse gemiddeld twee tot drie keer minder voor energie dan automobilisten met een benzine- of dieselauto. Voor thuisladers kan dit voordeel nog veel hoger uitpakken. Ook over de gehele levensduur verschilt het energiegebruik aanzienlijk. Een auto met verbrandingsmotor verbruikt volgens de gezaghebbende belangenbehartiger meer dan honderd vaten benzine, waarvoor ruim tweehonderd vaten ruwe olie nodig zijn. Een elektrische auto heeft voor een vergelijkbare afstand ongeveer 50 kWh aan batterijcapaciteit nodig. Capaciteit die bij elke laadbeurt gevuld kan worden met duurzaam en in Europa opgewekte stroom. De batterij van een EV kan bovendien worden hergebruikt en gerecycled. Merken als Renault hebben zelfs al fabrieken waarin auto's refurbished of vrijwel geheel gerecycled kunnen worden.

 

Strijd om de regels voor 2035

Op basis van de constateringen zou je vanuit de Europese beleidsmakers overtuigende steun voor de EV verwachten. Toch staat de Europese koers ter discussie, want de Europese Commissie stelde eind 2025 voor om de regels rond de uitfasering van nieuwe auto’s met een verbrandingsmotor vanaf 2035 te versoepelen. Ook vorige week speelde deze discussie weer omdat twee grote fabrikanten in Europa, Volkswagen Group en Stellantis, meer tijd nodig hebben om hun businessmodel aan te passen aan de elektrische toekomst. Volkswagen wordt bijvoorbeeld hard geraakt door de daling van de Chinese markt en begint pas net met het op de markt brengen van de bereikbare ID.Polo en de middenklasse ID.Tiguan. Elektrische auto's die minder marge in het laadje brengen en waarop de organisatie van het concern dient te worden aangepast. Stellantis heeft op de Mondial de l'Automobile, die recent in Parijs werd gehouden, veelbelovende en betaalbare elektrische concept-cars getoond, maar het duurt nog circa twee jaar voordat deze elektrische modellen gecommercialiseerd kunnen worden. Ook blijft Stellantis last houden van de langzame elektrificatie op de voor het concern zo belangrijke Italiaanse thuismarkt. Duitsland en Frankrijk dringen daarom aan op versoepeling van de uitfasering van brandstofauto's en willen ruimte aanhouden voor auto’s op biobrandstoffen. Ondertussen blijft China grote stappen zetten op het gebied van elektrische mobiliteit, batterijtechniek en ultrasnelle laadinfrastructuur.

 

 

Europese industrie moet transitie snel omarmen

Om de Europese auto-industrie toekomstbestendig te maken is daarom versnelde elektrificatie nodig. De nuance die hierbij gemaakt dient te worden is het verschil tussen de verschillende fabrikanten. Renault Group, BMW Group en Mercedes-Benz hebben de afgelopen jaren snel stappen gezet en kunnen de concurrentie met Chinese EV's inmiddels aan. Sterker nog, deze merken blijven profiteren van sterke merkimago's en de voorkeur voor made in Europe die veel lokale consumenten houden. Stellantis en Volkswagen Group hebben meer tijd nodig, want elektrische auto's zijn eenvoudiger te produceren en leveren lagere marges op. Ondertussen zijn beide concerns heel belangrijke werkgevers in Duitsland, Frankrijk en Italië. Analisten waarschuwen de Europese Unie er echter voor dat stimuleren van elektrificatie en innovatie uiteindelijk beter uitpakt voor de industrie dan het oprekken van de hoe dan ook eindige brandstofmotor. De Chinese overheid ondersteunt de ruim 120 autofabrikanten van het land actief in de transitie en de technologische ontwikkeling. Zo accelereert de Chinese industrie verder weg van een aantal belangrijke Europese concurrenten. Nu de verkoop op de Chinese thuismarkt sterk daalt en steeds meer Chinese EV-fabrikanten met hun technisch superieure producten alsnog naar Europa komen, is het voor de Europese autobouwers zaak om in te blijven zetten op elektrificatie en technologische ontwikkeling. Transport & Environment waarschuwt Europa daarom dat een versoepeling van de uitfasering van brandstofmotoren noodzakelijke investeringen in elektrische auto’s en batterijproductie zullen afremmen en de achterstand van de lokale industrie verder zal vergroten. Dat is geen goed toekomstperspectief en de organisatie signaleert daarbij ook de recente groei van de EV-markt. In grote landen zoals Frankrijk en Duitsland stijgt de vraag naar elektrische auto's explosief en dat geldt zeker ook voor de acceptatie van elektrisch rijden bij de gemiddelde Europese autobezitter.  

 

Duurzame auto blijven stimuleren

Om die reden pleit Transport & Environment dan ook voor het aanhouden van de aanvankelijk uitgestippelde koers en het blijven stimuleren van duurzaam vervoer in plaats van het oprekken van de houdbaarheid van de brandstofmotor. De cijfers over batterijprijzen en brandstofkosten vormen de kern van het argument van Transport & Environment. Dalende totale autokosten van EV's, de zich snel ontwikkelende laadinfrastructuur in Europa en het feit dat automerken als BMW, Volkswagen en Renault inmiddels eigen fabrieken voor batterijproductie hebben gebouwd, versterken de overtuiging dat Europa de elektrische auto maximaal zou moeten blijven stimuleren. De komende besluiten van het Europees Parlement en de lidstaten brengen aan het licht hoeveel ruimte de Europese Unie na 2035 wil laten voor alternatieven voor volledig elektrische auto’s. Daarmee staat niet alleen het klimaatbeleid ter discussie, maar ook de vraag hoe kwetsbaar een aantal Europese automerken wil blijven in een wereld waarin de afhankelijkheid van olie steeds meer nadelen oplevert. De toekomst is hoe dan ook elektrisch.

 

Tekst: Jos van den Bergh

Beeld: Volkswagen

 

Feiten & Fabels 2026 boekje Feiten & Fabels cirkel logo