De laatste dagen is er veel te doen rond netcongestie. Aanleiding is berichtgeving dat de provincie Utrecht op slot gaat voor nieuw elektriciteitsaansluitingen. Netcongestie issues lijken zo als een donderwolk boven de ontwikkeling van laadinfrastructuur te hangen. Toch zijn er lichtpuntjes en is de elektrische auto juist een mooie kans om de capaciteit op het stroomnet te vergroten. En er zijn gelukkig meer mogelijkheden om netcongestie snel aan te pakken en de grootste pieken in ons elektriciteitsgebruik te laten afvlakken. Net als tijdens de ochtendspits in het verkeer, moeten we ook met de spitstijden op het stroomnet slimmer omgaan. Nuance bij alle berichtgeving is daarom ook goed, want de elektrische auto is niet de boosdoener en zelfs deel van de oplossing. Wij zetten de feiten voor je op een rij.
Ook op het event van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL-event) was er deze week breed aandacht voor de problemen rond netcongestie. Met dat verschil dat hier niet zoals in de meeste media in problemen, maar over haalbare oplossingen werd gesproken. Eerder afgelopen week zorgt overleg in de Tweede Kamer voor ophef en negatieve berichtgeving. “Utrecht zou een waarschuwing voor de rest van het land zijn en aanvragen voor nieuwe energieaansluitingen gaan op slot,” riepen media massaal. Veel minder aandacht was er voor oplossingen voor netcongestie die er nu al zijn én daarmee voor de nuance achter het nieuws over het elektriciteitsnet dat tegen zijn grenzen aanloopt. Dynamisch stroom gebruiken, thuis je gedrag een beetje aanpassen, slimmere apparaten en anders omgaan met netaansluitingen van grootgebruikers verlagen de druk op de pieken in het stroomgebruik al op korte termijn. Ook voor de EV is er een mooie rol bij het aanpakken van netcongestie, want die kan steeds vaker ook het elektriciteitsnet ondersteunen.
Wat betekent netcongestie?
Wat is er precies aan de hand? Nederland is een druk en vol land. Warmtepompen, elektrisch koken en elektrisch personen en vrachtvervoer winnen door verduurzaming snel aan populariteit. Ons stroomnet moet daarin meegroeien qua capaciteit. Tijdens piektijden loopt het net in de meest verstedelijkte regio’s of gebieden met minder omvangrijke infrastructuur tegen grenzen aan. Zie het als file op de snelweg; teveel eenheden willen in de spits over (te) smalle infrastructuur. We moeten als maatschappij daar dus slimmer mee omgaan. Slimmer inzetten van ons elektriciteitsnet is de eerste stap van de oplossing voor een te krap energienet en daarmee kunnen we morgen beginnen. Er is op ons energienetwerk nog veel ruimte in de daluren en uiteindelijk hebben we in Nederland maar 300 uur per jaar dat we tegen pieken aanlopen. Ook in Utrecht, zo benadrukt het Ministerie van Economische zaken en Klimaat op het NAL-event. Belangrijkste conclusie: het is nodig dat we anders met ons elektriciteitsverbruik om gaan. Stroom vretende activiteiten verplaatsen naar daluren wanneer er genoeg stroom is, onnodig of niet-urgent grootverbruik uitstellen op momenten dat er te weinig capaciteit is.
Soms zelfs teveel energie
Vanwege ons zeeklimaat is zon- en windenergie op veel plekken royaal beschikbaar. Netcongestie is daarmee geen tekort aan energie. We gooien op zonnige dagen met wind zelfs energie weg omdat het op dat moment niet gebruikt kan worden. Het verschil met de oude situatie toen stroom fossiel werd opgewekt is de distributie van elektriciteit. Zon- en windenergie worden op tienduizenden plaatsen in ons land opgewekt, terwijl eerder de kolencentrales bij elkaar op bepaalde plekken stonden. Vanuit distributieoogpunt was dat eenvoudiger. Het verspreid over heel Nederland opwekken van groene stroom vraagt meer van de bestaande infrastructuur. Aanpassingen die de komende jaren aan ons stroomnet gedaan worden, gaan de situatie van krapte op het net verbeteren. Op dit moment zit ons energienetwerk echter erg vol op bepaalde piektijden en daarom moeten we er slimmer mee leren omgaan.
Risico netcongestie
Welke risico’s zijn er bij een vol stroomnet? Tijdens koude momenten loopt Nederland het risico dat er veel piekvermogen wordt gevraagd. Daarmee dreigt overbelasting van de netverbindingen. De warmtepomp en het autoladen hebben meer impact bij winterse omstandigheden. Als we daar niet slimmer mee omgaan, dan klappen er verbindingen in het stroomnet uit. En dan wordt het donker. Om die situatie te voorkomen rekent het Landelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN) scenario’s uit waarin met aannames van weersomstandigheden en trends naar de drukte op het energienet wordt gekeken. Op basis van deze scenario's wordt er bekeken welke risico’s Nederland acceptabel vindt en waar er grenzen getrokken moeten worden. Pieken in stroomgebruik afvlakken is daarbij de belangrijkste prioriteit
Ministerie werkt aan oplossingen
Ondertussen werkt het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat aan oplossingen om de risico's te beperken. Er wordt nu al veel gedaan en in 2033 wordt er een nieuw hoogspanningsstation in gebruik genomen, datvoor bijvoorbeeld Utrecht het capaciteitsprobleem oplost. Snel bijbouwen van infrastructuur is weliswaar prioriteit, maar het kost veel tijd en daarom zijn er ook oplossingen op de korte termijn nodig.
De primaire beleidsmatige en politieke verantwoordelijkheid voor het elektriciteitsnet en daarmee het beperken van de risico's ligt bij het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. In de tweede lijn zijn niet alleen regionale netbeheerders en andere departementen zoals het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat betrokken, maar praat ook de Autoriteit Consument en Markt (ACM) mee over het beleid. In het Landelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN) komen alle betrokken partijen samen en zoeken ze naar oplossingen die voor zowel het energienet, de continuïteit van de stroomvoorziening én de economie haalbaar zijn. Binnen het LAN werken alle partijen samen om de capaciteit op ons stroomnet zo goed mogelijk te houden en te anticiperen op mogelijke maatschappelijke of economische problemen.
Het LAN heeft de volgende maatregelen genomen om netcongestie tegen te gaan:
- Het eerste en belangrijkste punt is sneller bouwen aan de verbetering van de infrastructuur. Dit kost echter tijd, maar zorgt wel voor een blijvende oplossing. Het Nederlandse stroomnet moet zo snel mogelijk uitgebreid worden en dat krijgt prioriteit. Het groter maken van het energienetwerk heeft hoe dan ook prioriteit.
- Een tweede actiepunt is het beter benutten van groot- en kleinverbruikers. Het bestaande netwerk beter benutten, slimmer de auto opladen, slimme apparaten die veel stroom gebruiken en bijvoorbeeld EV's inzetten om het netwerk te ontlasten door ze energie te laten terugleveren. Ook andere contractvormen kunnen zowel groot- als kleinverbruikers stimuleren bewuster met stroom om te gaan. Ook communicatie helpt de situatie te verbeteren. Niet alleen de overheid, maar ook energiemaatschappijen zoals Vattenfall of Eneco hebben daarin een rol en adviseren hun klanten over gunstige momenten om stroom te gebruiken of gedragsveranderingen. Bewustzijn bij consumenten en bedrijven leidt tot slimmer gebruik van het stroomnet, zodat er minder druk op de piekmomenten komt te liggen.
- Ook slimmer inzicht in de problematiek helpt om netcongestie tegen te gaan. Transparantie richting bedrijven helpt hen om beter op de capaciteit van het netwerk in te spelen. Ook de juiste informatie over de voortgang kan bedrijven beter laten anticiperen. Het LAN voert hierover ook overleg met MKB Nederland, om zo bedrijven te betrekken bij de ontwikkelingen op het stroomnet. Als bedrijven weten wat er speelt, kunnen zij er beter op acteren zo is het idee. Aan de andere kant geven bedrijven terug waar ze tegenaan lopen en kunnen er zo ook betere oplossingen worden bedacht.
- Om het bestaande elektriciteitsnet beter te kunnen benutten wordt er ook anders omgegaan met bedrijfsaansluitingen op het stroomnet. Denk aan flexibele contracten die stroomgebruik op de dalmomenten aanmoedigen, het afnemen van blokstroom, een tijdsblok gebonden transportrecht of reststroom, een volledig variabel transportrecht. Binnen bestaande aansluitingen zijn cable pooling, enkele bedrijven delen één grootverbruik-netaansluiting, en of groepstransportovereenkomsten, een groep bedrijven deelt een vaste hoeveelheid transportcapaciteit op het stroomnet, een mogelijkheid om de druk op het net te laten afnemen. Zolang ons stroomnet geen extra capaciteit heeft zijn dit manieren om grootgebruikers slimmer met de bestaande capaciteit te laten omgaan.
EV steeds vaker oplossing voor netcongestie
Ook de elektrische auto kan een oplossing voor netcongestie zijn. EV’s hebben grote batterijen en deze kunnen op momenten met veel capaciteit op het net, bijvoorbeeld door energieopwekking door zon en wind of in de nacht als er weinig vraag naar stroom is, geladen worden. Zo gooien we op een winderige strakblauwe voorjaarsdag waarin er heel veel stroom voorradig is geen energie weg, maar sluizen wij de royaal opgewekte energie weg naar al die grote accu’s in de EV’s. EV’s worden echter ook steeds slimmer, want elektrische auto's kunnen als deze op piekmomenten aan de lader staan, steeds vaker stroom teruggeven aan het energienet. In dat geval moeten protocollen van de EV kunnen ‘praten’ met de protocollen van het energienet.
Renault heeft in Utrecht en Eindhoven inmiddels een pilot met bijna 200 MyWheels deelauto’s lopen en laat met partner We Drive Solar zien dat bidirectioneel laden en daarmee het stroomnet helpen op de momenten dat er veel stroom nodig is. Dit jaar maakt Renault bidirectioneel laden ook voor consumentenauto’s beschikbaar en wordt de pool auto’s die het stroomnet ondersteunen snel groter. In Utrecht schat men bij circa 10.000 terugleverende EV’s het netcongestieprobleem grotendeels opgelost te hebben.
Veel EV's hebben inmiddels de bidirectionele techniek aan boord. Voor de nabije toekomst is van belang dat autofabrikanten, netbeheerders en laadpaalbedrijven met elkaar processen inrichten die energieterugleveren verder mogelijk maken. De pilot van We Drive Solar en Renault laat de potentie van deze oplossing zien, schaalbaarheid bij een brede selectie van EV's is nu de volgende stap die genomen moet worden. Ook BMW, Kia en Hyundai zijn reeds gestart met bidirectioneel-laden pilots.
Dynamisch laden
Daarnaast kunnen elektrische auto's ook dynamisch gaan laden. Niet iedereen hoeft zijn of haar auto precies 's avonds tussen 18.00 uur en 22.00 uur op te laden. De meeste mensen kunnen prima de auto in de nacht opladen of tijdens een zonnige morgen als er toch thuisgewerkt wordt. Door substantieel stroomverbruik te verplaatsen naar momenten met meer capaciteit, dit ook te belonen met lagere tarieven, zijn veel consumenten bereid om hun gedrag aan te passen, met alle positieve effecten op netcongestie op de koop toe. In de toekomst zullen EV-rijders dus steeds vaker hun auto om 18.00 uur aan de laadpaal zetten en gaat deze pas laat op de avond starten met laden. En natuurlijk zijn er (tegen een duurder tarief) opt-outs voor iedereen die de auto wel snel weer nodig heeft.
Vol stroomnet, maar oplossingen liggen klaar
De conclusie luidt dan ook dat netcongestie zeker een probleem is, maar de berichtgeving hierover vergt nuance omdat er op korte termijn al oplossingen mogelijk zijn. Simpelweg door slimmer met de capaciteit op ons stroomnet om te gaan en bewuster naar stroomgebruik te kijken.
Uiteindelijk zijn er 300 piekuren waarin de problemen echt groot zijn, door grootverbruik naar daluren te verplaatsen en nieuwe technieken zoals energie-terugleverende auto's schaalbaar te maken, zijn er snel oplossingen om de piekuren te ontlasten. Bedenk daarbij dat er in daluren genoeg stroom over is.
Ook zullen zowel klein- als grootverbruikers op andere momenten stroomvretende activiteiten moeten plannen. Dynamische stroomcontracten kunnen dit gedrag niet alleen faciliteren, maar ook belonen.
Parallel aan korte termijn oplossingen, versnelt het ministerie de aanleg van structurele oplossingen, zodat ons stroomnet straks volledig toekomstbestendig wordt. Er wordt de komende jaren fors geïnvesteerd in meer capaciteit op het energienet.
Oplossingen liggen klaar en zoals deze week bleek op het NAL-event kent Nederland een fantastische laadinfrastructuur. Daarop kunnen we trots zijn en ondanks netcongestie wordt er in ons land al heel veel gedaan om het energienetwerk op te schalen en er slimmer mee om te gaan. Ook de EV en zeker de elektrische rijder zelf kan daaraan bijdragen.
Tekst: Jos van den Bergh
Beeld: Renault, Eneco, Vereniging Elektrische Rijders