Een van de belangrijkste activiteiten van de Vereniging Elektrische Rijders (VER) is de lobby bij lokale en nationale politiek om het beleid rond elektrische auto's zo gunstig mogelijk voor EV-rijders te krijgen en te houden. Om die reden is de VER al geruime tijd in gesprek met kamerleden, vertegenwoordigers op het ministerie en media over beleidsrichtingen die elektrisch rijden tot de meest aantrekkelijke keuze maken. De VER trekt in het informeren over de voordelen van elektrisch rijden op met andere belangen- en brancheverenigingen en zet zich zo in voor consistent en breed gedragen beleid voor de lange termijn. In de afgelopen tijd hebben de gezamenlijke partijen veel gesproken over de ontwikkeling van het elektrische wagenpark en de bereikbaarheid van de elektrische auto. Gisteren heeft Staatssecretaris Bertram van Infrastructuur en Waterstaat de Kamer schriftelijk geìnformeerd over oplossingsrichtingen voor het stimuleren van de tweedehands markt voor volledig elektrische rijders.
.
Ontwikkeling elektrisch wagenpark
In de brief gaat de Staatssecretaris in op de ontwikkeling van het wagenpark. Personenauto’s betreffen een aanzienlijk deel van de mobiliteitssector en veroorzaken 50% van alle CO2 uitstoot van onze mobiliteit. Als dat percentage met elektrische auto's teruggedrongen kan worden, dan is dat winst voor iedereen. Oudere personenauto’s zijn daarnaast een bron van NOx uitstoot. Elektrificatie van personenauto’s neemt de CO2 en NOx emissies volledig weg en draagt daarmee bij aan schone lucht, zo redeneert de Staatssecretaris.
In 2025 was 41,3% van de nieuwverkopen en 7,3% van alle personenvoertuigen een EV. Volgens eerder gestelde doelstellingen zou in 2050 het volledige wagenpark emissievrij moeten zijn. In Nederland gaan auto's gemiddeld echter pas na 20,2 jaar naar de sloop en is de 2050-doelstelling daarmee nog geen gelopen race. Er is volgens Bertram daarmee noodzaak tot het nemen van maatregelen voor de
Slechts 5,3% occasions is EV
Ook blijkt door de oplopende prijzen voor nieuwe auto's de tweedehands auto voor de meeste Nederlanders aantrekkelijker dan nieuwe. Er worden bijvoorbeeld meer dan zes keer zoveel tweedehands auto's gekocht dan nieuwe auto's. Zo werden er in 2025 iets minder dan 1,6 miljoen personenauto’s verhandeld op de tweedehands markt, waarvan slechts circa 85.000 EV’s (5,3%). Ook blijken veel EV's na het uitdienden van de leasetermijn te worden geëxporteerd, een verschijnsel dat de VER al meerdere malen heeft geconstateerd en ook onder de aandacht van politici en media heeft gebracht. Het aandeel elektrische voertuigen in de tweedehands markt groeit daarmee langzaam.
Teveel onderzekerheid
Uit onderzoek blijkt bovendien dat particulieren teveel onzekerheid hebben over het toekomstige EV-beleid en daarom voor de 'veilige keuze' benzine of hybride blijven kiezen. Ook in het door de VER uitgevoerde EV-berijders onderzoek komt dit duidelijk naar boven. Een belangrijke reden hiervoor is het wisselende beleid. Onderzoek laat ook zien dat de vraag naar gebruikte EV's nog niet aansluit op het aanbod van
elektrische occasions. Oudere elektrische occasions, denk daarbij aan auto's tussen de 10-15 jaar oud met een lagere aanschafprijs van rond de €3000, hebben vaak een te kleine actieradius en zijn ook in aantallen
zeer beperkt. Jongere occasions zijn wel breder beschikbaar, maar hier geldt dat de aanschafkosten door veel consumenten nog als barrière worden gezien,
.
"De VER heeft destijds de Greentimer-regeling voorgesteld om voor de zakelijke markt naar een nieuwe bijtellingskorting voor elektrische auto’s ouder dan 5 jaar te kijken. Doel van een dergelijke regeling is om elektrische auto’s na afloop van de leasetermijn langer voor het Nederlandse wagenpark te behouden, de export van EV’s te beperken en om de periode te overbruggen waarin deze auto’s nog te duur zijn voor de particuliere markt".
Een goede beschikbaarheid van betaalbare EV’s is volgens de Staatssecretaris nodig om iedereen in Nederland mee te kunnen nemen in de transitie naar elektrisch vervoer en zorgt ook voor een verminderde
afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Dit laatste is sinds de start van de oorlog in het Midden-Oosten helemaal actueel. Een goed werkende tweedehands markt draagt daarom bij aan het versnellen van de transitie en het afbouwen van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Bijkomende voordeel is dat het versnellen van de transitie naar elektrisch rijden ook een rol speelt in een versnelde daling van de CO2-uitstoot van personenauto’s in Nederland.
Oplossingsrichtingen
Op basis van bovenstaande context komt de Staatssecretaris nu met drie mogelijke oplossingsrichtingen:
- Greentimer-regeling
- Subsidie op een tweedehands EV, eventueel met sloopregeling voor oude fossiele auto's.
- Verkeinen van de kloof tussen publiek laden en thuis laden
Insteek daarbij is het ontwikkelen van een pakket maatregelen voor de komende jaren en de Nederlander daarmee duidelijkheid voor de toekomst geven. Als onderdeel daarvan wordt ook gekeken naar bredere hervorming van de autobelastingen.
Greentimer-regeling
De invoering van de zogenaamde Greentimer-regeling, een voorstel dat mede door de VER op de agenda is gezet. Met deze regeling wordt voor de zakelijke markt naar een nieuwe bijtellingskorting voor elektrische auto’s ouder dan 5 jaar gekeken. Doel van een dergelijke regeling is om elektrische auto’s na afloop van de leasetermijn langer voor het Nederlandse wagenpark te behouden, de export van EV’s te beperken en om de periode te overbruggen waarin deze auto’s nog te duur zijn voor de particuliere markt. Belangrijk aandachtspunt daarbij is volgens Bertram dat een dergelijke regeling niet ten koste mag gaan van de nieuwverkoop van elektrische auto’s.
"Particulieren ervaren teveel onzekerheid hebben over het toekomstige EV-beleid en blijven daarom voor de 'veilige keuze' benzine of hybride kiezen. Een belangrijke reden hiervoor is het wisselende beleid. Onderzoek laat ook zien dat de vraag naar gebruikte EV's nog niet aansluit op het aanbod van elektrische occasions. Oudere elektrische occasions hebben vaak een te kleine actieradius beperkt. Jongere occasions zijn breder beschikbaar, maar hier geldt dat de aanschafkosten nog als barrière worden gezien. De voorgestelde maatregelen zoals aan aanschafsubsidie of slooppremie moeten dat gaan oplossen".
Subsidie en sloopregeling
Een tweede richting die de Staatssecretaris voorstelt is de herinvoering van de subsidie voor tweedehands elektrische auto’s. Dit zou een tijdelijke subsidie voor particulieren voor de aanschaf van een tweedehands EV moeten zijn waarbij gedacht wordt aan een subsidiebedrag van circa €2000 euro per auto. Deze maatregel zorgt het verkleinen van de kloof en daarmee voor het aanjagen van de tweedehandsmarkt. Ook voorkomt de subsidie export naar landen die nu al een aankoopbonus voor gebruikte EV's hanteren. In het kielzog van de subsidie werkt het ministerie ook nog aan een inruilregeling. Idee is dat bij de sloop
van een oudere, fossiele brandstofauto met bijvoorbeeld emissieklasse 1 t/m 4 een slooppremie wordt gegeven die enkel kan worden ingezet voor de aanschaf van een tweedehands EV. Beide varianten laten het aandeel EV's op de Nederlandse weg verder vergroten, met als bijkomende voordeel een verdere daling van de uitstoot. Naast een subsidie en een slooppremie kijkt de Staatssecretaris ook naar social leasing om zo, net zoals in andere Europese landen, de lage en middeninkomens die auto-afhankelijk zijn eerder de overstap naar een elektrische auto te laten maken. In de brief aan de Kamer geeft de Staatssecretaris aan dat hij voorgestelde maatregelen bij voorkeur in Q4 2026 wil laten ingaan.
Energiebelasting publiek laden
Tot slot wil de bewindsman ook kijken naar het aantrekkelijker maken van de laadkosten. In Nederland beschikt meer dan de helft van de huishoudens niet over een eigen oprit. Het prijsverschil tussen thuisladen en publiek laden is in de afgelopen jaren flink toegenomen en kan oplopen tot zo'n €0,40 per kWh. Om die reden zou er volgens de brief een verlaagd energiebelastingtarief voor publieke AC-
laadpalen tot 50.000 kWh geïntroduceerd moeten worden. Dit kan de gebruikerskosten voor consumenten
zonder eigen oprit verlagen. De belastingdienst geeft echter aan dat een nieuw verlaagd tarief pas per 1 januari 2030 uitvoeringstechnisch mogelijk is. De Staatssecretaris stelt daarom ook voor om in het kader van de toekomstige herziening van de autobelastingen te kijken naar een andere wijze om de Motor Rijtuigenbelasting (MRB) te heffen. Deze is nu gebaseerd op gewicht en het gebruik van auto's wordt bij fossiele auto's via de accijnzen belast en bij EV's via de hierboven genoemde energiebelasting. De bewindsman geeft nu in de brief aan dat wat hem betreft elektrische auto’s uiteindelijk niet meer MRB zouden hoeven te betalen dan een vergelijkbare benzineauto.
"Het prijsverschil tussen thuisladen en publiek laden is in de afgelopen jaren flink toegenomen en kan oplopen tot zo'n €0,40 per kWh. Om die reden zou er volgens het voorstel van de Staatssecretaris een verlaagd energiebelastingtarief voor publieke AC-laadpalen tot 50.000 kWh geïntroduceerd moeten worden".
Postief over oplossingsrichtingen
De VER is enthousiast over de voorstellen uit de brief van de Staatssecretaris en heeft in het voortraject een actieve bijdrage in de gesprekken geleverd om voorstellen zoals de Greentimer-regeling, een subsidie op de aanschaf van een gebruikte elektrische auto, een sloopregeling voor oude fossiele auto's en het verkleinen van de kloof tussen publiek laden en thuisladen op de politieke agenda te krijgen. Dat de Staatssecretaris deze richtingen nu in een concrete brief naar de kamer stuurt is wat de VER betreft daarom weer een mooie stap op weg naar de volledig elektrische auto tot de meest aantrekkelijke keuze voor de Nederlandse automobilist maken. "Het is positief dat niet alleen input om gebruikte EV's bereikbaarder en aantrekkelijker te maken, maar ook om de kloof tussen publiek laden en thuis laden te verkleinen, door de bewindsman uiteindelijk als voorstel naar de Kamer wordt gestuurd," concludeert de VER.
Tekst: Redactie
Beeld: Vereniging Elektrische Rijders