Het prioriteringskader betekent niet automatisch dat de plaatsing van laadpalen in de tweede helft van dit jaar is stilgevallen. In gebieden met netcongestie kunnen aanvragen echter wel op een wachtlijst belanden. Het wordt zo moeilijker om nieuwe laadlocaties te realiseren wanneer daarvoor extra netcapaciteit nodig is. Vooral laadpleinen en laadvoorzieningen voor elektrische vrachtwagens kunnen hierdoor vertraging oplopen. De uitdaging verschuift daarmee van alleen méér laadpunten plaatsen naar het efficiënter benutten van de beschikbare stroom. Het laden van elektrische auto's moet daarom slimmer aangepakt worden. In 2025 verliep al 57 procent van de laadsessies slim, volgens de NAL-voortgangsrapportage, maar dat percentage stijgt steeds verder. Het kabinet wil bovendien vanaf de winter van 2026 landelijk uniform netbewust laden invoeren. De belangrijkste reden daarvan is het tegengaan van netcongestie en het stroomnet betrouwbaar houden. Slim laden laat de stroomafname vloeiender verlopen, waardoor er op de drukste momenten meer ruimte op het stroomnet komt. Gelukkig beweegt niet alleen de techniek van de laadinfrastructuur, maar ook die van de elektrische auto's zelf mee, waardoor het voor elektrische rijders gemakkelijker wordt om netcongestie slim tegen te gaan.
Laadzekerheid is een must
Voor zowel de VER als de NAL is laadzekerheid een belangrijk uitgangspunt. EV-rijders moeten er altijd op kunnen rekenen dat hun auto bijgeladen wordt. De noodzaak van laadzekerheid betekent dat de Nederlandse laadinfrastructuur ondanks netcongestieproblemen moet kunnen blijven meegroeien met het voortdurend toenemende aantal EV's in ons land. Slim en netbewustladen kan daarbij een oplossing zijn om krapte op het energienet tegen te gaan en datzelfde geldt ook voor bidirectioneel laden. In dat geval leveren auto's op rustige momenten geladen stroom tijdens piekuren weer terug aan het elektriciteitsnet. Hierdoor ontstaat er meer ruimte op het stroomnet.
Slimme oplossingen verlichten netcongestie
Zowel slim als bidrectioneel laden nemen het netcongestieprobleem niet geheel weg, maar geven wel extra 'lucht' op de infrastructuur. Daarnaast wordt er door de netbeheerders en overheid de komende jaren gewerkt aan extra capaciteit op het stroomnet. Deze 'hardware-aanpassingen' vergen echter tijd. Parallel aan de uitbreidingen van de capaciteit wordt de elektrische auto steeds meer onderdeel van ons energiesysteem en daarin is sneller winst te behalen. De deelautoprojecten van MyWheels en We Drive Solar in Utrecht en Eindhoven laten met enkele honderden auto's al zien dat EV's onderdeel van het energiesysteem worden. Elektrische auto's zijn feitelijk rijdende thuisbatterijen en dat betekent dat deze slimme EV's reeds geladen stroom ook voor andere doelen dan mobiliteit kunnen inzetten. Vehicle-to-X (V2X), de techniek dat auto's stroom kunnen teruggeven aan zowel apparaten buitenshuis (V2L) als binnenshuis (V2H) of stroom kunnen terugleveren aan het net (V2G), is op een toenemend aantal elektrische auto's standaard en zal de komende jaren steeds meer gemeengoed worden.
Slimmer maken van laadinfra
In het Nationale laadonderzoek kwam eveneens naar voren dat laadinfrastructuur voor de EV-rijder zelf steeds meer als onderdeel van een breder energiesysteem wordt ervaren. De uitkomsten laten bij EV-rijders een groeiende belangstelling voor bidirectioneel laden zien. Bijna een kwart van de thuisladers in het onderzoek wil V2X binnen een jaar toepassen en 6 thuisladers op de 10 willen dit op de (middel)langere termijn doen. Wel is er in de markt nog veel onduidelijkheid over wat er precies mogelijk is en hoe auto, laadpaal, netbeheerder en energiemaatschappij op de juiste manier aan elkaar geknoopt kunnen worden. Volgens de NAL blijft samenwerking daarbij essentieel. Overheden, netbeheerders, regio’s en marktpartijen hebben ieder hun eigen rol bij de ontwikkeling van laadinfrastructuur. Door kennis, planning en uitvoering optimaal op elkaar af te stemmen, kan de laadinfra volgens zowel de NAL als de VER een steeds slimmer onderdeel van het energiesysteem worden. De verdere ontwikkeling van laadinfrastructuur is daarom niet langer gefocust op slechts meer palen, maar veel meer op het slimmer maken van de totale laadinfrastructuur.
Tekst: Jos van den Bergh
Beeld: Vereniging Elektrische Rijders